Heiligen

- Zoeken

Allerzielen - 2 november

Allerzielen

Eén dag na het hoogfeest van Allerheiligen volgt het feest van Allerzielen, de herdenking van de gelovige doden. Dit gebruik ontstond in 998 op initiatief van abt Odilo in het benedictijnerklooster van Cluny. Hij stelde een gedenkdag in voor alle gestorven kloosterbroeders. Van daaruit verspreidde de herdenking zich over alle cluniacenzer kloosters.

In 1006 breidde paus Johannes XIX die dag uit als feestdag voor alle gelovige zielen en plaatste het feest van Allerzielen op twee november. Het was gebruikelijk om op die dag te bidden voor het zieleheil van degenen die verkeerden in het vagevuur, een voorlopige verblijfplaats voor mensen die geen al te grote zonden op hun geweten hadden. Met dit gebed hoopte men de zielen tijdelijk uit het vagevuur te verlossen.

Op Allerzielen gedenken wij alle doden, we denken aan hun dood en aan onze eigen vergankelijkheid. Tegelijkertijd vieren we de opstanding van de doden en de overwinning van het leven op de dood.

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei:

‘Vader, U hebt hen aan Mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die U Mij gegeven hebt omdat U Mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.' (Joh 17, 24)

Op Allerzielen at men vroeger 'zielenbroodjes', op die broodjes stond een kruisje en ze werden warm gegeten. Aan het deeg werd soms saffraan toegevoegd om de broodjes een goudgele kleur te geven. De broodjes werden gewijd en alvorens ze nuchter op te eten, zei men een gebed tot verlossing van de zielen van de gestorvenen.

Afbeelding: 'Allerzielen' door Jakub Schikaneder, 1888.

Weerspreuk

Allerzielen zonder vuur,
spaart geen brandhout uit de schuur