Heiligen

- Zoeken

Heilige Apostel Thomas - 21 december

Heilige Apostel Thomas

(† ca. 72)
Apostel
Geloofsbode in India

Thomas was één van de twaalf leerlingen van Jezus. Hij was de 'ongelovige' die de Verrijzenis van de Heer pas kon aannemen nadat hij zijn vinger in Jezus' wonden had gelegd. Zo erkende hij als eerste apostel de goddellijke natuur van Jezus Christus.

Uit Thomas' mond kwam dé geloofsbelijdenis waarop het Christendom steunt: 'Mijn Heer en mijn God!'.

Volgens de overlevering reisde Thomas vanaf het jaar 40 naar het Midden-Oosten en van daar naar India om er het Evangelie te verkondigen. Ook koning Gundaphar, die destijds over India heerste, zou door Thomas tot het christendom bekeerd zijn.

Thomas trok langs de zuidwestelijke kust naar Malabar (het huidige Kerala) en reisde daarna verder naar Madras. Daar werd hij rond het jaar 72 op bevel van koning Misdai ter dood gebracht, omdat hij diens echtgenote tot het christendom bekeerd had en zij vanaf dan weigerde om nog geslachtsgemeenschap te hebben met de koning.

In het stadsdeel Mayilapuram bij Madras (het huidige Chennai) in Zuid-India bevindt zich een rotsblok waarop de heilige Thomas gedood zou zijn met een zwaard (of lans). Zijn relieken werden in 232 plechtig overgebracht naar Edessa en later naar het Griekse eiland Chios. Tenslotte kwamen ze terecht in Ortona, nabij Napels.

In 1945 werd in Egypte, nabij Nag Hammadi, een kruik met een verzameling oud-christelijke teksten gevonden. Hieronder bevond zich een compleet exemplaar van het apocriefe Thomasevangelie, geschreven in het Koptisch. Dit evangelie, waarvan Thomas de vermoedelijke auteur is, bevat legenden en verhalen die van boeddhistische oorsprong lijken te zijn. 

Het naamfeest van de heilige Thomas bevond zich tot de kalenderhervorming van het Tweede vaticaans Concilie in 1969 traditioneel op 21 december. Daarna werd zijn feestdag verplaatst naar 3 juli (de datum van de overbrenging van zijn relieken naar Edessa). De heilige Thomas bekleedt echter zo'n prominente plaats in de volksweerkunde dat ik het opportuun vond om hem op 21 december, zijn traditionele plaats op de weerkalender, te vermelden.

Afbeelding: de heilige apostel Thomas door Jusepe Martínez, ca. 1630.

Weerspreuken

Sint-Thomas de kortste dag,
en de langste nacht.

Sint-Thom
draait de klok om.

Beide spreuken verwijzen naar het feit dat rond Sint-Thomasdag de dagen opnieuw gaan lengen.

De heilige Thomas is ook een 'voorsluitheilige': op Sint-Thomasdag mochten kinderen namelijk hun ouders of schoolmeester buitensluiten tot hen een traktatie of gunst werd beloofd. 'Sluiterkensdag' is een ouderwets Vlaams volksgebruik dan nu bijna volledig in onbruik is geraakt. Vroeger kwam het vooral voor in de streek rond Duffel.

Veel volksgebruiken op en rond Sint-Thomasdag borduren voort op heidense rituelen die tot doel hadden de levenskrachten opnieuw te wekken. Ook het 'Thomasluiden' maakte hier deel van uit: tussen 21 december en de laatste dag van het jaar werden de kerkklokken dan ononderbroken geluid.

Sint-Thomasdag werd eveneens beschouwd als de voorbode van de 'Twaalf Heilige Nachten', wanneer toverij en bijgeloof hoogtij vierden en de 'Wilde Jacht', aangevoerd door Wodan, de nachtelijke hemel onveilig maakte. Dit verschijnsel openbaarde zich voornamelijk tijdens de joelfeesten: de Germaanse zonnewendefeesten rond de kortste dag van het jaar.

In Bohemen geloofde men dan weer dat Sint-Thomas op een vurige wagen door de lucht reed.

Winter

Op 21 december begint doorgaans de winter. Een versje uit 1859 vertelt hierover het volgende:

'By den warmen haerd gezeten,
In de gulle vriendenry,
Zonder onrust in 't geweten,
Woên de winterstormen vry!
Zalig bij de erinneringen
Van den besten tyd der jeugd,
Lachen, schertsen, vrolyk zingen:
Hoera voor de wintervreugd!'

Tegelijk met de winter doet ook het sterrenbeeld  de Steenbok zijn intrede.

In de periode waarin wij het kerstfeest vieren, vierden onze Germaanse voorouders het Joelfeest, het midwinterfeest of feest van de winterzonnewende. Dit was een heel belangrijk feest voor onze voorouders. Het werd namelijke iedere dag wat vroeger donker en wat later licht. Naar de poolcirkel toe leek het zelfs voor altijd donker te blijven! Maar wanneer de dag van de winterzonnewende aanbrak, leek de zon aan kracht te winnen. Ze ging langzaam maar zeker een beetje langer en wat hoger aan de hemel staan, wat uiteraard reden was om te feesten.
 
De volkskalender voorspelt traditioneel winters koud weer van 20 tot 27 december, en ook 's nachts wordt het een flink stuk kouder:

Als de dagen beginnen te lengen,
dan beginnen de nachten te strengen.

Ook het tegenovergestelde is mogelijk:

Zachte winters, 
 vette kerkhoven.

Door de ommekeer (wende) van de zon, ontluikt de belofte van nieuw leven in het voorjaar. Men gebruikt symbolen van het leven en de vruchtbaarheid zoals groene takken en vruchten van o.a. de hulst om de woning mee te versieren. Ook lichtjes, kaarsen en glanzende kerstballen, die allen het zonlicht symboliseren, komen steeds weer terug. 

De drie dagen vóór joel of Kerstmis luiden een magische tijd in. In het Engels worden zij 'the Serpent Days' genoemd en symboliseren zij transformatie. En inderdaad, 'joel' betekent 'wiel' en dit houdt in dat het wiel van het jaar opnieuw begint te wentelen, op weg naar alweer een nieuw jaar...