Heiligen

- Zoeken

Heilige Hubertus van Tongeren - 3 november

Heilige Hubertus van Tongeren

(° 655 - † 727)
Patroon van de jagers en de hondenvrienden
Apostel van de Ardennen

De heilige Hubertus (of Huibrecht) van Tongeren werd omstreeks 655 geboren. Hij diende aan het hof van Pepijn van Herstal en was vermoedelijk van adellijke afkomst. Na het overlijden van zijn echtgenote in het kraambed wijdde hij zijn leven geheel aan God. 

De overlevering wil dat hij een vitaal en werelds man was die graag deelnaam aan wilde jacht- en braspartijen. In het jaar 683 beging hij echter een grote zonde door op Goede Vrijdag te gaan jagen, terwijl iedereen wist dat zoiets taboe was.

Hubertus zette met zijn honden de achtervolging in op een hert, het grootste en mooiste dat hij ooit zag. Tijdens z'n vlucht hield het dier opeens halt en draaide zich om naar Hubertus. Die zag tussen het gewei een schitterend kruis en hoorde een stem die hem aanmaande zich te bekeren: 'Hubertus, waarom verlies je je tijd in dergelijke bezigheden? Als je je niet tot de Heer keert, zul je naar de hel gaan.' Hubertus knielde neer bij het horen van deze woorden en vroeg wat hij dan moest doen. De stem antwoordde: 'Ga naar mijn dienaar Lambertus en doe wat hij u zegt.'

Hubertus kreeg berouw en bekeerde zich, hij ging in de leer bij de heilige Lambertus van Maastricht. In 705 werd hij benoemd tot bisschop van Tongeren-Maastricht. Later verplaatste hij de bisschopszetel om veiligheidsredenen naar Luik. Hij verkondigde hartstochtelijk het geloof in Brabant en in de Ardennen, vandaar dat in het zuiden van Nederland en in heel België vele kerken naar hem zijn vernoemd. Hij overleed in 727 en ongeveer een eeuw later werden zijn relieken overgebracht naar de abdij van Andage, die spoedig een bedevaartsoord werd waarvan de naam veranderd werd naar Saint-Hubert. 

Zijn verering nam een hoge vlucht toen het verhaal van zijn bekering gestalte kreeg. Door al deze gebeurtenissen werd hij ook de patroonheilige van de jagers. Sint-Hubertus werd vooral aangeroepen tegen hondsdolheid. Men at daartegen ook gewijd brood, het zogenaamde hubertusbrood.

Door al deze gebeurtenissen werd hij ook de patroonheilige van de jagers. Sint-Hubertus werd vooral aangeroepen tegen hondsdolheid. Men at daartegen ook gewijd brood, het zogenaamde 'hubertusbrood'.

Ooit hanteerde men echter gruwelijker middelen: wie vroeger te lijden had van hondsdolheid moest naar het graf van Sint-Hubertus gaan, nabij de abdij van Andage bij Saint-Hubert. Aan het graf van de bisschop werd bij de zieke een snede in het voorhoofd gemaakt en daarin werd een draadje gelegd, afkomstig uit de stool van de heilige. Daarna sloot men de wonde af met een zwarte linnen doek die negen dagen lang op z'n plaats moest blijven. De zieke mocht gedurende die negen dagen zelfs zijn haar niet kammen en enkel koud voedsel nuttigen. Na het verstrijken van deze periode zou men dan verlost moeten zijn van hondsdolheid.

Afbeelding: de heilige Hubertus van Tongeren, glasraam.

Weerspreuk

A la Saint-Hubert,
les oies sauvages fuient l'hiver

(Op Sint-Hubertusdag ontvluchten de wilde ganzen de winter)

Bedevaarten hebben onze voorouders steeds sterk aangesproken.
Zij waren één van de vele mogelijkheden om kwade geesten uit hun leven te bannen.

Een bedevaart naar Sint-Hubertus was een probaat middel tegen hondsdolheid. Als verweermiddel tegen razende honden trok men een magische cirkel in het zand, waarbij men de volgende bezweringsformule prevelde:

Ik kwam al over Sint-Hubertus' graf,
zonder stok of zonder staf
Kwaden hond, sta stille
het is Sint-Hubertus' wille

Men geloofde daarbij dat het de dolle hond onmogelijk was om de cirkel te betreden.