Heiligen

- Zoeken

De Wegbereiders

Benedictus

In de 7de eeuw streken de eerste verkondigers van het christendom vanuit Frankrijk en Engeland in onze streken neer. Deze geloofsboden waren allen volgelingen van de Heilige Benedictus van Nursia (ca. 480 - 543). Zij stichtten kloosters als steunpunten voor hun geloofsverkondiging. Later evolueerden deze kloosters naar tehuizen voor geestelijke gemeenschappen en zetten de monniken zich in op het gebied van cultuurbewaring en -verspreiding en geestelijke zorg. De abdijen van Fuldau, Reichenau en Saint-Denis, allen benedictijns, waren bakens van beschaving.

De invloed van Benedictus op het westerse kloosterleven is van onmetelijk groot belang geweest en hij kan met recht de vader van het westerse monnikendom genoemd worden. De benedictijnen hadden ook ruimschoots de hand in de grootschalige ontginning van wouden en moerassen, de aanleg van dijken en de welstand die eruit voortvloeide. Dit alles geschiede in een periode van betrekkelijke rust. Maar de ontbinding van het Karolingische rijk in 843 maakte hier een abrupt einde aan.

Een tijdperk van diep verval voor de Kerk diende zich aan. Kerkelijke besturen en kloosters werden namelijk opgenomen in het feodale systeem en het duurde niet lang vooraleer de invloed van leken zich op religieus vlak liet gelden.

Bernardus

Bernardus van ClairvauxVanuit één van deze benedictijnse abdijen - Cluny - drong zich een kentering op en werd er geijverd voor een religieuze hervorming zonder de inmenging van leken. De hervorming van de Kerk nam, na een diepe crisis tussen de 9de en 11de eeuw, verder gestalte aan in de persoon van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) die op het einde van de 11de eeuw nabij Dijon geboren werd.

In 1112 toegetreden tot de strenge orde der cisterciënzers (naar Cîteaux, de plaats van het moederklooster), pleitte Bernardus voor een nog strictere toepassing van de Regel van Benedictus dan in het rijke Cluny het geval was. Na ongeveer twee jaar mocht hij een dochterklooster in Clairvaux stichten.

Bernardus werd één van de grootste religieuze vernieuwers van zijn tijd en ontwikkelde een heel eigen spirituele levensvorm. Na verloop van tijd nam de door hem vormgegeven bernardijnse spiritualiteit steeds concretere vormen aan: een onvoorwaardelijke terugkeer naar de evangelische en apostolische waarden van eenvoud, vrijwillige armoede, inkeer, boetedoening en verzaking aan de wereld. Hij koesterde ook een bijzondere verering voor de heilige Moedermaagd die in een visioen aan hem verschenen zou zijn. In dit visioen kwam een straal moedermelk uit de borst van de Maagd Maria terecht in Bernardus' mond.

Bernardus legde sterk de nadruk op de menselijke natuur van Jezus en diens lijden. God was niet langer een afstandelijke en straffende God; door zijn Menswording werd Hij tot een God van Liefde. Om de verbondenheid van de menselijke ziel met God uit te drukken maakte Bernardus gebruik van de liefdes- of minnesymboliek uit het bijbelse Hooglied. Deze 'minne' kan men interpreteren als de Liefde (of de Genade) Gods.

De door de begijnen zo geliefde minnemystiek - de mystieke vereniging met Christus als Bruidegom van de ziel - ging een centrale rol spelen in de spiritualiteit van de eerste begijnen en zou ondenkbaar geweest zijn zonder de invloed van het bernardijnse denken.

BegijnhovenMulieres Religiosae