Heilige Martinus van Tours (Sint-Maarten) - 11 november — Heiligen

Heiligen

- Zoeken

Heilige Martinus van Tours (Sint-Maarten) - 11 november

Sint Maarten

(° 316 - † 397)
Patroon van de soldaten en de kleermakers

De heilige Martinus (Sint-Maarten) was oorspronkelijk uit Hongarije afkomstig en de zoon van een Romeins officier. Hoewel hij een militaire opleiding had genoten, was hij ook in contact gekomen met christenen en had hij zich bekeerd. Na zijn doopsel verliet hij het leger, werd monnik en ging in de leer bij de heilige Hilarius van Poitiers.

Ook na zijn studie bleef Martinus een eenvoudig en onbaatzuchtig man en zette zich vooral in voor de armen en minderbedeelden. De overlevering wil dat hij op een dag bij de stadspoort van Amiens een bedelaar langs de kant van de weg zag liggen. Omdat men de stad niet mocht betreden zonder mantel, sneed Martinus zijn mantel in tweeën en schonk de halfnaakte bedelaar de helft. De helft van de mantel was namelijk eigendom van Rome en daarom kon Martinus slechts zijn eigen helft weggeven. 

's Nachts verscheen Christus aan Martinus in een droom, Hij was gehuld in deze mantel en zei:

Alles wat je gedaan hebt voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat heb je voor Mij gedaan. (Mt. 25, 40).

In 371 werd hij tegen zijn wil tot bisschop van Tours gekozen en daar overleed hij ook, 26 jaar later. De heilige Martinus verwierf na zijn dood een immense populariteit en talloze kerken werden aan hem gewijd.

Sint-Maarten was de patroon van heel wat bevolkingsgroepen: de ridders, soldaten, schutters, hoef- en wapensmeden, omwille van zijn connecties met het soldatenleven.
De kleermakers en de wevers kozen hem tot patroon vanwege de mantel die hij doormidden sneed en aan een bedelaar gaf. Om diezelfde reden werd hij ook de patroon van de armen en de bedelaars. 
Omdat hij op een bepaald ogenblik uit Poitiers moest wegvluchten om niet in handen te vallen van de ketterse arianen, werd hij tot slot ook verkozen tot patroon van de vluchtelingen.

Afbeelding: de heilige Martinus van Tours en de bedelaar door El Greco, ca. 1597-1599.

Weerspreuken

Is het donkere lucht op Sint-Martijn,
zo zal 't een zachte winter zijn
Maar is die dag het weder helder,
de vorst dringt door in menig kelder

Het naamfeest van Sint-Maarten is een heel belangrijke lotsdag. Dit feest valt vermoedelijk samen met een oud heidens feest dat bij de aanvang van de winter gevierd werd. In vele streken van België neemt men nog steeds die datum als het definitieve afscheid van de zomer en het begin van de winter aan.

In delen van Nederland - vooral in het gebied boven de Rijn en de Maas - gaan kinderen op de avond van 11 november met lampions en onder het zingen van liedjes van deur tot deur om snoepgoed op te halen.

In Vlaanderen viert men Sint-Maarten enkel in de streek van Aalst, Dendermonde, Beveren, Ieper en Mechelen. Daar heeft Sint-Maarten zelfs volledig de rol van Sint-Nicolaas overgenomen en deelt hij in de nacht van 10 op 11 november cadeautjes uit aan de kinderen.

Ook in Frans-Vlaanderen (Noord-Frankrijk) wordt Sint-Maarten (Saint Martin) gevierd.

Als met Sint-Maarten de ganzen op het ijs staan,
zullen ze met Kerstmis door het slijk gaan.

Elf november was vroeger de slachtdag bij uitstek en het gebruik om op Sint-Maarten gans te eten, vindt wellicht haar oorsprong in de volgende legende:

'Toen Sint-Maarten tot bisschop werd verkozen, vond hij zichzelf niet waardig genoeg voor dat ambt. Hij verstopte zich in een grot, maar in die grot bleken ganzen te zitten. Zij verraadden Maarten met hun luid gesis zodat hij door de menigte ontdekt werd en alsnog tot bisschop gewijd werd.

Maarten was hierom zo boos dat hij een vloek uitsprak over de ganzen en voortaan worden er op Sint-Maarten plichtmatig ganzen geslacht.'

Rond Sint-Maarten krijgen we traditioneel een paar mooie dagen die men in de volksmond het 'Sint-Maartens nazomerke' noemt. De moderne weerkunde wijst er echter op dat dit nazomertje slechts eens om de negen jaar zou voorkomen.