Maria Lichtmis - 2 februari — Heiligen

Heiligen

- Zoeken

Maria Lichtmis - 2 februari

Maria Lichtmis

Opdracht van de Heer

Veertig dagen na Kerstmis vieren we het feest van Onze-Lieve-Vrouw Lichtmis, ook wel de 'Zuivering van Maria' en de 'Opdracht van de Heer in de Tempel' genoemd. In de Oosterse Kerk spreekt men over het wezenlijke: de ontmoeting van Simeon met de Messias. In het nieuwe missaal is gekozen voor de naam 'Opdracht van de Heer'.

Volgens de Joodse wet moest een vrouw na de geboorte van een zoon veertig dagen wachten voor ze de tempel mocht betreden om te worden gezuiverd. De wachttijd na de geboorte van een dochter bedroeg tachtig dagen.
Bij de zuivering was ook een offer voorgeschreven: een koppel duiven. Bovendien gold de oudste zoon als eigendom van God; hij moest voor God worden gebracht ('opgedragen') en met een geldoffer bevrijd worden.

Wanneer de ouders van Jezus Hem naar de tempel brengen, ontmoeten ze daar de oude Simeon en de profetes Hanna, die beiden in het Kind de verlosser van Israël herkennen en God daarom prijzen (Lc 2, 22-40). Daarom wordt het feest soms ook 'Dag van de Heilige Simeon' genoemd.

Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien.

Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’

Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd. Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’

Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.

Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem.

Afbeelding: 'Opdracht in de Tempel' door John Opie, ca. 1790-1795.

Weerspreuk

Als met Lichtmis
de kaarskes door de sneeuw lopen,
dan gaan de koeien vroeg naar de wei.

Lichtmis donker
maakt van de boer een jonker,
Lichtmis helder en klaar
maakt van de boer een bedelaar.

Lichtmis is - naast een dag met vele volksgebruiken - ook een dag van het gezin, vooral voor de jonge gezinnen die gezegend werden met de geboorte van een kindje. Na de kinderzegening in de parochiekerk nemen de jonge ouders traditioneel het Sint-Jacobsschelpje, waarmee hun kindje gedoopt werd, of het wiegje dat de dopeling symbolisch vertegenwoordigt, mee naar huis. Dit kan dan thuis een ereplaats krijgen.

Vroeger deden jonge moeders die in de voorbije maanden bevallen waren hun kerkgang. Ze gingen met hun pasgeborene naar de 'Lichtmis' om hem of haar 'op te dragen' aan Onze-Lieve-Vrouw. Die plechtigheid werd ook wel de 'krijtersmis' genoemd want als er één baby begon te huilen, volgde de rest gewoonlijk ook.

Dit versje refereert aan het oude gebruik van 'de kerkgang doen':

Met Lichtmis kwam de dooi,
Sint-Jozef nam de kooi,
Maria sloeg haar halsdoek om,
Ze gingen naar den Dom.
Maria ging haar kerkgang doen,
Ze gaf haar kerstekind een zoen,
En droeg het op aan God de Heer,
De duiven kirden heen en weer.

De duiven die op het einde van het versje genoemd worden, refereren vermoedelijk naar het joodse zuiveringsoffer van een koppel duiven aan de priester (zie boven).

Volgens katholiek gebruik vinden op deze dag een kaarsenwijding en lichtprocessie plaats: vóór aanvang van de mis trekt men met brandende kaarsen, die eerst met een gebed en wijwater gezegend zijn, vanuit een nevenkapel of een andere plaats naar de kerk. Daar zingt men de lofzang van Simeon. Een tweede, eenvoudiger vorm van de viering houdt in dat de gelovigen zich met de te zegenen kaarsen al in de kerk bevinden.

Juist vanwege de lichtprocessie die op deze dag werden gehouden, kwamen ook de namen 'Maria Lichtmis', 'Candlemass' (Engels) en 'Chandeleur' (Frans) in zwang. Van de kaarsen die op Maria Lichtmis gezegend zijn, verwacht men bescherming en hulp in veel noodsituaties, bijvoorbeeld bij onweer, epidemieën, bij het sterven.

Wanneer de moeders na hun kerkgang weer thuiskwamen met een gewijde kaars, ontstak de boer deze kaars en deed zijn rondgang door de boerderij. In de stal liet hij drie druppels was op de kop van de boerderijdieren vallen om hen te beschermen tegen allerhande veeziekten. Ook op de drempel van de voordeur liet hij een drietal druppels kaarsvet vallen, evenals in zijn pet en in die van zijn zonen. Zo werden ook zij behoed tegen allerlei ziekten en tegenslag.

De boerin en haar dochters trokken de keuken in, want er moest feest gevierd worden! Sinds vandaag kon men namelijk het 'licht' 'missen'; de dagen waren met Lichtmis al zodanig gelengd dat men geen kaarsen meer hoefde aan te steken. Om dit te vieren werden er veel koeken gebakken, getuige dit versje:

Op Lichtmisdag is er geen vrouwke zo arm
of ze maakt er haar panneke warm.

De ronde vorm van de pannenkoeken verwees in voorchristelijke tijden overigens naar de zon, wiens kracht vanaf vandaag alleen maar toeneemt!