Februari - Dooimaand — Heiligen

Heiligen

- Zoeken

Februari - Dooimaand

Februari - Dooimaand

Februari toont een winters tafereel waarin de koudste maand van het jaar wordt uitgebeeld. Op de achtergrond is tussen de besneeuwde heuvels nog net een dorpje te zien. Een boer of koopman is naar het dorp onderweg om zijn waren daar aan de man te brengen.

Op de voorgrond is een boerenstee afgebeeld en vogels die naar voedsel zoeken. In de woning warmen de bewoners zich aan het haardvuur.

In het hemelgewelf bovenaan zien we de zonnegod Helios in zijn wagen, met de sterrenbeelden Waterman en Vissen in zijn kielzog.

De naam februari komt van 'februare', 'reinigen' of 'schuldverzoening'.
In de Romeinse kalender begon het jaar met maart. Februari was dus de laatste maand van het jaar en tevens de maand waarin alle schulden vereffend moesten worden, m.a.w. de 'zuiveringsmaand'. Ook de natuur heeft loutering en rust nodig, alvorens binnenkort opnieuw te ontluiken. Vroeger veranderden ook de dienstboden met Maria Lichtmis van betrekking.

Februari is de kortste, maar ook de ergste.

In februari lengen de dagen gemiddeld met één uur en veertig minuten.

Dagen lengen, nachten strengen.

In februari vieren de hazen bruiloft en daar gaan hevige gevechten aan vooraf. De mannetjes voeren een echte tweekamp. Terwijl ze op hun achterpoten staan, trommelen ze met hun voorpoten op elkaars borst. Vaak bijten ze ook plukken haar uit elkaars vacht, die zie je dan overal liggen.

Februari is ook de maand waarin de wilgenkatjes bloeien. Haal ze in huis als het buiten nog wat te koud voor ze is. Binnen zullen ze al gauw streelzacht openen.

Koude februari geeft hete augusti.

Is februari kil en nat, hij brengt ons koren in het vat.

Februari was traditioneel de Sprokkelmaand.

Een versje uit 1656 zegt over februari het volgende:

Al komt de gulde Zon
eens kycken door de spleten,
Noch heeft de strenge vorst
haer koude niet vergeten;
Ghy, blijft noch in de koy,
dat acht ick alderbest,
't Is dwaesheyt al te ras
te vliegen uyt den nest.

Sprokkelmaand, want in februari moesten onze voorouders hout en dennenappels gaan sprokkelen omdat de winter al een tijdje bezig was en ze vaak al door hun voorraad stookhout heen waren.

Anderzijds verwijst de term 'sprokkelmaand' of 'sporkelmaand' naar 'sporkelen' of 'Spurcalia' (van het Latijnse woord 'spurcus' dat 'smerig' betekent): een afkeer van de uitzinnige, heidense feesten die in deze maand zouden plaatsgevonden hebben. Onze carnavalsfeesten zijn hier nog een verre echo van.

Dooimaand, Slijk- of Moddermaand, vanwege de dooitijd.

Schrikkelmaand of Springmaand omdat februari eens in de vier jaar - tijdens een schrikkeljaar - één dag 'verspringt'.

Reinigingsmaand, vanwege de Romeinse Lupercaliafeesten: de reinigings- en vruchtbaarheidsfeesten ter ere van de wolfsgod Lupercus. Februari is ook nu nog vaak de maand waarin de grote schoonmaak of 'grote kuis' wordt gehouden.

Tot slot nog enkele minder bekende bijnamen: Zuiveringsmaand, vanwege alle schulden die 'aangezuiverd' moesten worden; Koekemaand, omdat er met Maria Lichtmis pannenkoeken gebakken werden; en Blijde maand, want meestal valt carnaval in februari.

Afbeelding: de maand februari uit 'Les Très Riches Heures du duc de Berry' door de gebroeders Van Limburg, getijdenboek in opdracht van hertog Jean de Berry, ca. 1412-1416.

Terug naar de hoofdpagina Heiligenkalender