November - Slachtmaand — Heiligen

Heiligen

- Zoeken

November - Slachtmaand

November - Slachtmaand

De varkenshoeder staat op het punt om een tak in de bomen te gooien, zodat de door de varkens geliefde eikels op de grond zullen vallen. Zijn hond kijkt toe. Op de achtergrond zijn andere boeren in het bos te zien, die eveneens hun varkens hoeden.

In november korten de dagen met 1 uur en 24 minuten.

Ik eet de vruchten van de bomen,
ik maak de nachten lang en doe de slaper dromen.

In november hoor je 'novem', wat staat voor 'negen'. Deze maand was de negende op de Romeinse kalender. November was traditioneel ook de slachtmaand. In november kwamen de kudden terug van de weiden en het vee dat men gedurende de winter niet kon voederen, werd geslacht.

Een versje uit 1656 zegt hierover het volgende:

Hoe slacht men al het vee
om ons te mogen laven!
De mont verslint het al,
ons buycken worden graven:
't Is eerst voor ons gedoot,
al wat de keucken geeft,
En vraegje noch waerom
de mensch niet en lang en leeft.

Andere namen voor november zijn ook:

Smeermaand (smeer = varkensvet): verwijzend naar het feit dat in deze maand het slachten een aanvang nam, maar ook refererend naar het drinken (= smeren) i.v.m. de vele kerkelijke feesten in november.

Jachtmaand: De overlevering wil dat november in de Romeinse kalender geplaatst werd onder de bescherming van Diana, godin van de jacht, en zo de bijnaam 'jachtmaand' kreeg. Het jachtseizoen is ook nog steeds open.

Bloedmaand: een verwijzing naar het vele bloed afkomstig van de slacht, want op elke boerderij werd deze maand wel een dier geslacht.

Nevelmaand: vanwege de vele mist of nevel.

Loefmaand: het weer kan in november onbestendig of dol (loef, een oud woord voor dol).

Wie houdt van wind,
november mint.

November met z'n regenvlagen,
brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.

En verder nog enkele minder bekende bijnamen: Allerheiligenmaand, Zieltjesmaand en Offermaand.

Op één november herdenken we in de Rooms-katholieke traditie de doden.

Onze voorouders geloofden vroeger dat op Allerheiligen de zieltjes van de doden door de lucht reden in zielenwagentjes. In het fluiten van de wind meende men het geweeklaag van de zieltjes te horen die smeekten om verlost te worden uit het vagevuur.

Het volksbijgeloof vermeldt op één november een merkwaardig gebruik: men mocht geen wasgoed aan de waslijn of op de hagen laten hangen omdat de zieltjes er anders boven bleven zweven en niet meer verder konden.

Ook moest men 's avonds en 's nachts een lichtje laten branden zodat de zielen van de gestorvenen hun weg goed zouden kunnen vinden. Het gebruik om op Allerheiligendag brandende kaarsen op de graven te zetten is een uitvloeisel van die aloude overtuiging.

Afbeelding: de maand november uit 'Les Très Riches Heures du duc de Berry' door de gebroeders Van Limburg, getijdenboek in opdracht van hertog Jean de Berry, ca. 1410.

Terug naar de hoofdpagina Heiligenkalender